Uitleg

over het (begeleiden bij) schrijven van gedichten

Hoe maak je gedichten met mensen met een verstandelijk beperking? En waarom zou je dat eigenlijk doen?

  • Ieder mens heeft het verlangen zich te uiten. We willen vertellen wie we zijn, wat we meemaken, waar we behoefte aan hebben. Dat is de reden dat wij leren praten, nog lang voordat de school in beeld komt.
  • Iedereen beschikt daarnaast over het vermogen om een taal te ontwikkelen, op welk niveau dan ook. Ook eenvoudige beeldtaal, gebaren, lichaamsbewegingen bedoeld om iets te communiceren zijn vormen van taal.
  • De ervaringen die je dagelijks opdoet zijn bij uitstek geschikt voor de ontwikkeling van die taal. Terwijl je – op eigen wijze – vertelt over wat er gisteren gebeurde, ontwikkel je je taalgevoel, spreekvaardigheid, inzicht in de grammatica, woordenschat, et cetera. Je leert de taal door haar te gebruiken.

Tijdens de tien stappen op deze website, worden alle gebieden van de taal – praten, luisteren, schrijven, lezen en taalbeschouwing – tegelijkertijd aangesproken. Omdat je altijd uitgaat van de deelnemer zelf en diens taalgebruik, werk je altijd op het geschikte niveau. Alle taalvaardigheden worden op een vanzelfsprekende wijze met elkaar verbonden.

De manier van werken draait dan ook om meer dan het maken van gedichten. Deelnemers openen zich en leren op laagdrempelige wijze zich verbaal te uiten op een passend niveau.


De meerwaarde van gedichten

Gedichten zijn korte, beeldende en zorgvuldig vormgegeven teksten waarin ieder woord bewust gekozen is en een betekenis heeft. Gedichten zijn dan ook bij uitstek geschikt voor deze manier van werken.

De vorm vraagt om herschrijven, om het wegen van woorden en zinnen, om steeds opnieuw luisteren en lezen. Staat er wel wat er moet staan? Zeg je wel wat je wilde zeggen? Word je goed begrepen als de woorden er zo staan?

Uiteindelijk komt er een resultaat in een heldere vorm, goed te delen met anderen, opdat de dichter ook daadwerkelijk ‘gehoord’ wordt.


Sterker met taal

Het schrijven gaat niet alleen om de schoonheid van de tekst. Het gaat om de ontwikkeling die de deelnemer doormaakt.

Hij creëert een tekst waar hij trots op is en verrast daarmee zichzelf. Wanneer iemand de tekst leest of beluistert, uit de deelnemer zich. Hij krijgt reactie. Hij heeft een positieve taalervaring. Dat stimuleert hem om zich nog eens te uiten, en nog een keer. Hij krijgt meer vertrouwen in zijn eigen vermogen om zich te uiten in taal en dus meer vertrouwen in zichzelf.

Wie talig sterker staat, is een onafhankelijker en zelfverzekerder mens.

IN DE PRAKTIJK: VOORBEREIDING

Om te ontdekken hoe met de aangeboden stappen te werken, adviseren wij de webapp als voorbereiding in zijn geheel (DOEN, SNAPPEN EN UITLEG) door te nemen. Met regelmaat verzorgt Special Arts workshops over deze werkwijze. Meld je aan!


2 FASES

De tien stappen van deze werkwijze zijn op te delen in twee fases:

  • de deelnemer komt op taal, door te vertellen en vragen te beantwoorden;
  • het verhaal krijgt een vorm in letters op papier of op een beeldscherm.

Fase 1: op taal komen (stap 1 t/m 3)

Fase 1 draait om het verzamelen van materiaal. De nadruk ligt op vertellen en luisteren. Als begeleider bied je een kader, door een onderwerp aan te dragen en door de vertelronde te begeleiden en sturen. Je geeft een voorbeeld uit je eigen leven, waardoor de dichter begrijpt wat er van hem wordt verwacht. De verhalen van groepsgenoten brengen hem op ideeën. Doorvragen levert informatie op die het verhaal eigen maakt. Wanneer je blijft doorvragen en oprecht luistert, kan het gebeuren dat de verteller in een zogenaamde ‘vertelstroom’ komt. Hij ‘vergeet’ dat hij aan het vertellen is en praat vrijuit. Op dat moment zijn alle drempels weg en praat hij gewoon. Dat levert de puurste teksten op.

Deze fase levert dus materiaal op voor het gedicht. Bovenal ervaart de deelnemer dat hij wat te vertellen heeft waarnaar geluisterd wordt. Dat geeft een positieve taalervaring en stimuleert zo de ontwikkeling van het taalvermogen.


Fase 2: vormgeven (stap 4 t/m 10)

We praten om gehoord te worden. Zo ook schrijven we om gelezen te worden. Een heldere tekst leest gemakkelijker dan een chaotische tekst. Dat is de reden om een tekst te verbeteren en vorm te geven. Door het proces van vormgeven, nalezen en herschrijven wordt de deelnemer zich steeds bewuster van zijn eigen taalgebruik en -vermogen. Juist poëtische elementen als klank, ritme en beeldendheid spelen daarbij een rol. Wanneer je tekst mooi gevonden wordt, schrijf je er graag nóg één.

De verschillende stappen van het vormgeven maken het proces toegankelijk; de opdrachten perken de deelnemer in en bieden zo een helder kader. In één keer een ruwe tekst herschrijven naar een gedicht is een hele opgave. Door het proces te sturen via kleine stapjes blijkt dat iedereen dat gewoon kan – op zijn eigen niveau.


In de praktijk: individueel of in de groep?

Gedichten schrijven lijk je misschien alleen te moeten doen. Niets is minder waar. Deze methode werkt bij uitstek in een groep. Mensen brengen elkaar op verhalen, helpen elkaar en vooral: zijn elkaars lezers en luisteraars. Dat verhoogt de noodzaak tot vertellen, schrijven en herschrijven. Deze webapp is in eerste instantie bedoeld om de werkwijze te leren kennen, zelf te ervaren hoe de stappen werken. Daarnaast kun je een leerling of cliënt met voldoende taalniveau zelf met de webapp laten werken. Wij adviseren om bij meer dan 2 deelnemers de stappen zelf uit te voeren in een lesvorm.

Praten is de eerste stap tot schrijven. Praten doe je met elkaar en in een groep. De stappen uit deze webapp kun je gewoon overnemen en uitleggen. Maak de groep niet te groot, zeker als er deelnemers zijn die niet kunnen schrijven en/of lezen, zodat je je aandacht kunt verdelen.


In de praktijk: hoe lang duurt dat?

In een groep het gehele proces doormaken van stap 1 t/m stap 10 (het aan elkaar voorlezen van het geschreven werk) kost gemiddeld ongeveer anderhalf uur. Dat betekent dat je per stap 5 tot 10 minuten hebt. Het kan ook in 45 minuten. Je kunt er ook een hele middag over doen. Als je het proces voor het eerst doorloopt met een groep, trek dan anderhalf uur uit en onderzoek wat voor jou en deelnemers het beste werkt.

Wanneer je de stappen doorloopt achter de computer, via deze applicatie gaat het vaak een stuk sneller: er is veel minder interactie en je kunt in één keer door. Deze methode is vrij en toe te passen naar eigen inzicht. Onderzoek wat werkt voor jou en voor de mensen met wie je aan het schrijven bent. Vergeet niet: uiteindelijk gaat het om de ervaring, het doen, niet om het resultaat. Focus niet op het eindproduct, maar focus op het proces en neem daar de tijd voor die nodig is.

Zelf een gedicht schrijven is iets anders dan iemand begeleiden bij het schrijven.

Als begeleider moet je je dienstbaar opstellen. Je werkt samen, maar aan de tekst van de ánder. De deelnemer is en blijft eigenaar van de tekst en neemt de beslissingen. Het is jouw taak om voorwaarden te creëren: je ondersteunt het denkproces en de keuzes die gemaakt moeten worden, precies zoals de tien stappen van deze website dat doen.


Inperken of vrij laten

Voor ieder creatief proces is vrijheid nodig. Vrijheid om je gedachten te laten gaan, te experimenteren, vrijheid om je te uiten. Het klinkt tegenstrijdig, maar je geeft iemand vrijheid door hem in te perken.

Jij als begeleider beslist vanuit welk onderwerp jullie beginnen. Jij stelt vragen waardoor de tekst een bepaalde kant op gaat. Door licht sturend op te treden, perk je de eindeloze hoeveelheid mogelijkheden in tot een directe aanleiding tot schrijven. Die directe aanleiding geeft de deelnemer de vrijheid om tot oprechte, oorspronkelijke teksten en ideeën te komen.

In het deel Schrijf zelf op deze website kun je zelf via tien kleine sturende stappen tot een eigen tekst komen. Die tekst die daaruit komt had je nooit geschreven wanneer je de opdracht had gekregen om eens een mooi gedicht te schrijven. De inperking van de tien gerichte stappen geeft je de ruimte om jezelf te verrassen.


Ook de methode is vrij

Iedere stap in het deel Schrijf zelf heeft een reden. In de uitleg onder de stappen wordt het idee achter deze stappen uitgelegd. Als begeleider ga je daar op je eigen manier mee om. De tien stappen op deze website zijn niets meer dan een middel. Door deze stappen onnadenkend letterlijk uit te voeren begeleid je de deelnemer niet in zijn proces. De stappen zijn basisstappen en dienen als handvat, als voorbeeld van hoe je mensen ondersteunt in de ontwikkeling van hun talig vermogen. Voor iedere situatie zijn nieuwe werkvormen te bedenken en andere vragen te stellen.

Eigenlijk is het enige dat je als begeleider moet doen: goed luisteren, inschatten waar iemand behoefte aan heeft en daarin voorzien, eventueel met behulp van een werkvorm. Kijk voor meer informatie over werkvormen in de Literatuurlijst onder Gereedschap.

Behandel taal en tekst van de dichters altijd met respect. Dat motiveert hen om zich verder te ontwikkelen. En geef jezelf ook de ruimte om te experimenteren. Begeleiden is ook een creatief proces!

Ook wie niet kan schrijven is in staat om een gedicht maken. Het daadwerkelijke opschrijven is immers niet meer dan een handeling. Als begeleider kun je die taak op je nemen. Je functioneert als tolk van het gesproken naar het geschreven woord.

Als begeleider zorg je ervoor dat de deelnemer zich bewust wordt van zijn eigen taalgebruik en de woorden steeds zorgvuldiger kiest. Als bijschrijver doe je niets anders dan dat wat er gezegd wordt noteren.

Die twee taken wisselen elkaar voortdurend af.


De eigenaar van de tekst

Bijschrijven is moeilijker dan het lijkt. Je schrijft letterlijk op wat de deelnemer zegt, maar:

  • Waar begin je een nieuwe zin?
  • Moeten de fouten die de deelnemer maakt ook opgeschreven worden, of verbeter je die meteen?
  • En als je de gesproken woorden net even in een andere volgorde zet, klinkt het gedicht mooier. Schrijf je ze dan zo op, of niet?

Als bijschrijver loop je voortdurend tegen dergelijke vragen op. Wees je er steeds van bewust dat de tekst niet van jou is. De vragen die je hebt, zijn niet aan jou om te beantwoorden. Stel ze aan de schrijver van de tekst en respecteer het antwoord.


Helpen beslissen

Denk jij dat iets mooier klinkt als je het anders opschrijft? Leg jouw idee aan de dichter voor. Eventuele fouten in de tekst kun je gebruiken om uit te leggen hoe de taal werkt. Zo draag je bij aan de ontwikkeling van het taalvermogen. Jij bent echter niet degene die beslist of fouten verbeterd moeten worden. Laat niet jouw smaak of voorkeur gelden, maar vraag naar de voorkeur van degene van wie de tekst is.

Wanneer de schrijver geen antwoord weet op je vragen, geef hem dan twee opties om uit te kiezen. Zo maakt hij altijd zijn eigen keuzes en blijft de tekst van hem. Hij is degene die trots is als de tekst wordt voorgelezen, het zijn zíjn gedachten, zíjn woorden, het is en blijft zíjn verhaal.

De ouderwetse typemachine denkt niet na, vindt niets, beslist niets.
Hij geeft slechts een belletje als de regel vol is.

Soms is het genoeg om tot een tekst te komen en deze te lezen, of in een bundeltje te doen. Soms is er nog ruimte bij de deelnemer of zelfs de wil om een tekst te ‘verbeteren’.

Verbeteren staat niet voor niets tussen aanhalingstekens: de tekst is op zich al goed. Maar: je kunt er nog mee spelen. Of misschien kun je hem nog duidelijker maken? Als begeleider kun je teruggeven wat er bij jou gebeurt als je de tekst leest of hoort en terugvragen: is dat hoe je het wil?


Herschrijven heeft meerwaarde.

Er gebeuren een aantal dingen:

  1. de maker van de tekst hoort zijn werk terug en denkt na over wat hij eigenlijk wilde zeggen. De maker wordt zich bewust van zijn ‘lezer’ of toehoorder en traint dus zo zijn inlevingsvermogen.
  2. het verhaal dat verteld moest worden is belangrijk genoeg om zo vorm te geven, dat het goed overkomt. Door te herschrijven benadruk je dat nog eens extra. Wat jij te zeggen hebt, is van waarde.
  3. het herschrijven is een taalbevorderende activiteit: je zoekt naar andere opties, vervangt woorden, kijkt naar volgordes. Zo train je het taalvermogen en verbreed je de woordenschat. Als je steeds aansluit op het niveau van de deelnemer vergroot je zo diens vermogen om zichzelf te uiten.

Op basis van poëtische elementen

Binnen project Het Andere Gedicht licht de focus op poëzie, omdat het – naast communicatiemiddel – ook een kunstvorm is. Dat biedt allerlei mogelijkheden om je eigen verhaal nog verder vorm te geven. Hieronder een aantal elementen die poëzie tot poëzie maken en waar je in de tekst van je deelnemer(s) aandacht aan kunt besteden*:

  • Klank: niet alleen volrijm, maar allerlei soorten van klankovereenkomsten zitten onbedoeld al in de tekst. Daar kun je mee spelen: je kunt de zinnen zo vormgeven dat je de klanken extra goed hoort, waardoor het verhaal lekker gaat klinken. Of je kunt daar juist bewust een breuk in maken: zo gaat de vorm ook iets vertellen.
    • Klank overeenkomsten aan het begin van de zin (alliteratie): Wat willen we van het weer?
    • Middenrijm: Een kale man heeft naakt haar.
    • Eindrijm: binnen de zinnen wil je het liefst beginnen. Hak zit op zijn zak.
  • Ritme, metrum: loopt je zin lekker – in een vast metrum, of juist niet. En wat gebeurt er als dat ineens verandert. Je kun zinnen knippen en plakken zodat de tekst lekker, of juist heel hakkelig klinkt, wat werkt er beter? Waar breek je zinnen af?
  • Herhaling: je maakt zinnen, zinsdelen, of woorden belangrijker door ze te herhalen. Maar herhaling kan ook subtieler, bijvoorbeeld door een bepaald beeld in andere woorden te laten terugkomen. Of door opsommingen van gelijksoortige dingen.
  • Beeldrijm, paradigma: zitten er veel woorden in je tekst die een beeld oproepen, of samen een beeld vormen? Zet ze eens naast elkaar? Mist er nog iets, of valt er iets juist buiten?
     Je kunt een heel technisch gedicht schrijven met veel technische, metaalachtige of hakkerige woorden en een ritme dat klinkt als gehak hak hakt. Of juist een heel zacht, warm gedicht, met beelden van zon en pluche en warmte.
  • Gelaagdheid / symboliek: het gebruik van bepaalde beelden, of woorden zorgt voor een diepere betekenis. Er zijn bijvoorbeeld veel gedichten geschreven waar water in voorkomt. Dat gaat dan over letterlijk water (regen kraanwater, een fles bruisende spa), maar raakt vaak ook aan betekenissen als dingen die vanzelf gaan, stroming, leven. Wat roepen bepaalde beelden bij je op aan associaties en betekenissen? Als je daar wat langer bij stilstaat ontstaat er vaak een extra laag, waar je ook bewust vorm aan kunt geven, door woorden toe te voegen van diezelfde betekenislaag. Bespreek met deelnemers wat je leest, welke associaties bij je opkomen. Zo leren ze rijkheid van de taal kennen.
  • Vorm (= inhoud):  hoe je tekst er uitziet is bepalend voor hoe je het leest en ziet en ervaart. Hoe lang de zinnen zijn, waar een witregel zit, of een heleboel, waar wel – of geen – hoofdletters staan, maar ook inspringingen, of hele gedichten in de vorm van iets: met vorm geef je betekenis. Je kunt spelen met wat maar denkbaar is: vetgedrukte letters, cursiveren, kleur geven. En wat vertelt het je als lezer / kijker?

Nota Bene: een deelnemer hoeft niet poëtische elementen toe te voegen aan zijn tekst. Wij geloven heilig in dat de poëzie er vaak al is. Je kunt samen de poëtische elementen van een tekst betrappen en ze misschien iets duidelijker maken. Zo blijf je dicht bij de eigen taal en klank van de deelnemer.

Gedichten maken is spelen. Speel met wat er al is, leg er geen druk op, maar ontdek samen de eigen taal en de waarde en betekenis daarvan. Dat maakt dat er authentieke gedichten ontstaan, dicht bij het eigen brein van de auteur.

Maart 2022, BS&RM.